ECLI:NL:CBB:2004:AO7745
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vaststelling definitief kredietbedrag onder Kredietregeling elektronische diensten-ontwikkeling
Appellante TV Vandaag v.o.f. stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken tot vaststelling van een definitief kredietbedrag op grond van de Kredietregeling elektronische diensten-ontwikkeling 1996. De kern van het geschil betrof vier kostenposten die door verweerder niet als projectkosten werden erkend: pensioenkosten, loonkosten van werknemer A, kosten van Datawave B.V. en kosten van TSS.
Het College constateerde dat verweerder het verkeerde wettelijke kader had toegepast, maar dat dit geen wezenlijk verschil maakte. De pensioenkosten waren betaald buiten de toegestane declaratieperiode, waardoor deze niet in aanmerking konden worden genomen. De loonkosten van A waren onvoldoende onderbouwd met sluitende urenregistratie en betalingsbewijzen. Voor de kosten van Datawave B.V. ontbraken betalingsbewijzen, waardoor niet kon worden vastgesteld of deze in de relevante periode waren betaald. De kosten van TSS werden deels terecht terzijde gesteld wegens hardwarekosten die niet als projectkosten gelden.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat voorschotten niet impliceren dat de vaststelling zonder correcties zou plaatsvinden. Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen in stand blijven en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de Staat wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.