ECLI:NL:CBB:2004:AO7837
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing laagdrempeligheid horecagelegenheid voor kansspelautomatenvergunning
Appellante exploiteert een horecagelegenheid waar zij vergunningen voor kansspelautomaten aanvraagt. Verweerder weigert de vergunning voor twee kansspelautomaten in een deel van de inrichting, stellende dat het geen laagdrempelige inrichting betreft. Het geschil draait om de kwalificatie van de inrichting als hoog- of laagdrempelig op grond van de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit 2000.
Het College stelt vast dat verweerder de wettelijke criteria onjuist heeft toegepast en het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. Desondanks oordeelt het College dat de inrichting wel als laagdrempelig moet worden aangemerkt vanwege de aanwezigheid van meerdere speelactiviteiten die een zelfstandige betekenis hebben en een eigen bezoekersstroom genereren.
Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.