ECLI:NL:CBB:2004:AO8207
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- J.L.W. Aerts
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring en ongegrondverklaring beroep tegen pensioenfondsvrijstelling
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de vraag centraal of appellanten terecht bezwaar hebben gemaakt tegen een besluit van het pensioenfonds inzake vrijstelling van de verplichting tot deelneming en premiebetaling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante sub 1 niet-ontvankelijk omdat zij niet rechtstreeks in haar belangen was getroffen, en wees het beroep van appellante sub 2 ongegrond.
Het College van Beroep overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat alleen appellante sub 2 belanghebbende is bij het besluit. De vrijstelling betreft een cao-gerelateerde vrijstelling met een voorschrift tot betaling van een financiële bijdrage ter compensatie van verzekeringstechnisch nadeel, wat volgens de rechtbank rechtmatig is.
Appellante sub 2 voerde dat het pensioenfonds onrechtmatig handelde door het verbinden van deze financiële bijdrage, onder meer vanwege schending van gelijkheids-, rechtszekerheids- en vertrouwensbeginselen. Het College stelt vast dat deze grieven tijdig zijn ingebracht en inhoudelijk beoordeeld moeten worden. Na analyse concludeert het College dat het pensioenfonds niet onrechtmatig heeft gehandeld, mede omdat vergelijkbare eerdere gevallen niet tot een andere praktijk leidden en het beroep op gewekt vertrouwen onvoldoende aannemelijk is.
Het College bevestigt derhalve de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellanten ongegrond.