ECLI:NL:RVS:2022:363
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huisvestingsvergunning wegens niet voldoen aan inkomenseis en woonduur
Appellante, die in 2014 met haar gezin naar Marokko verhuisde en in 2019 terugkeerde naar Nederland, vroeg een huisvestingsvergunning aan voor een woning in Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat zij korter dan zes jaar in de regio woonde en geen inkomen uit werk had, zoals vereist volgens de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2017/2.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het college de hardheidsclausule terecht niet toepaste en het beleid gericht is op het verbeteren van de leefbaarheid door het beperken van instroom van huishoudens zonder inkomen uit werk. Appellante stelde in hoger beroep dat het beleid discriminerend is en dat haar situatie uitzonderlijk en nijpend is vanwege haar vlucht uit een mishandelende echtgenoot.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het betoog van discriminatie niet slaagt omdat de inkomenseis een legitiem doel dient en proportioneel is. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat appellante niet is aangewezen op een woning in het aangewezen gebied en geen onbillijkheid van overwegende aard is aangetoond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huisvestingsvergunning bevestigd.