ECLI:NL:CBB:2004:AO8474
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vernietiging melkpoeder met residuen chlooramfenicol wegens onjuiste toepassing regelgeving
Appellante betwist het besluit van de Minister van Landbouw tot vernietiging van drie partijen melkpoeder waarin residuen van chlooramfenicol zijn aangetroffen. De partijen waren geïmporteerd uit derde landen en bij controle bleek dat zij niet voldeden aan de Europese en nationale regelgeving. Verweerder beriep zich op het gevaar voor de volksgezondheid en de onmogelijkheid tot terugzending, waardoor vernietiging noodzakelijk zou zijn.
Het College oordeelt dat de keuringsdierenarts bevoegd was tot het nemen van het primaire besluit, maar dat het bestreden besluit door verweerder zelf is genomen en daarom niet in stand kan blijven. Juridisch wordt de aanwezigheid van chlooramfenicol aangemerkt als een 'andere aandoening' die een ernstig gevaar kan opleveren, waardoor artikel 2.15 van de Regeling keuring van toepassing is.
Echter, het College stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom terugzending niet mogelijk is en dat Europese regelgeving terugzending niet uitsluit. De 0-tolerantie voor chlooramfenicol in levensmiddelen geldt niet zonder meer voor diervoeder, en terugzending kan toegestaan worden mits toestemming van de bevoegde autoriteiten in het land van herkomst. Het beroep van appellante wordt daarom gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vernietiging van de melkpoederpartijen wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.