ECLI:NL:CBB:2004:AO9531
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Intrekking S&O-verklaringen wegens onvoldoende projectadministratie
Appellante stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken tot intrekking van haar S&O-verklaringen, omdat uit de projectadministratie niet duidelijk bleek welke speur- en ontwikkelingswerkzaamheden zij zelf had verricht. De intrekking volgde na een bedrijfscontrole waarbij de administratie niet voldeed aan de vereisten van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Het College oordeelde dat appellante niet had voldaan aan de verplichting om een zodanige administratie bij te houden dat de aard en inhoud van het verrichte speur- en ontwikkelingswerk op eenvoudige en duidelijke wijze konden worden afgeleid. Ondanks de omvangrijke projectmappen ontbrak het aan concrete aanwijzingen van eigen technisch inhoudelijke werkzaamheden van appellante.
Verweerder had appellante na het bedrijfsbezoek nog de mogelijkheid geboden aanvullende informatie te verstrekken, welke niet werd benut. Ook werd geen gebruik gemaakt van de geboden mondelinge toelichting. Het College vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of onzorgvuldigheid in de besluitvorming.
Gezien het niet voldoen aan de administratieverplichting was de intrekking van de S&O-verklaringen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de S&O-verklaringen wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan de administratieverplichting.