ECLI:NL:CBB:2004:AO9551
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- D. Roemers
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt beperkte verlenging vergunning gebruik frequentieruimte
In deze zaak hebben vier commerciële omroepen hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die hun beroep tegen de beperkte verlenging van hun frequentievergunningen door de Minister van Economische Zaken ongegrond verklaarde.
De vergunningen betroffen het gebruik van frequentieruimte, oorspronkelijk toegekend in 1997 op basis van een vergelijkende toets. De appellanten stelden dat de verlenging van slechts één jaar onredelijk kort was en dat verlenging voor een langere periode, bijvoorbeeld acht jaar, gerechtvaardigd was vanwege het algemeen economisch belang en de belangen van luisteraars.
Het College oordeelde dat de verlenging terecht plaatsvond op grond van artikel 9 van Pro het Frequentiebesluit, waarbij verlenging slechts is toegestaan indien een algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang dit vordert. Het College bevestigde dat de vergunningen in 1997 op basis van een materiële vergelijkende toets waren verleend en dat de beperkte verlenging passend was gezien het lopende zero-base-onderzoek.
Verder stelde het College dat de belangenafweging zorgvuldig had plaatsgevonden en dat er geen sprake was van schending van het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel. Het standpunt van appellanten dat zij schade hadden geleden door de korte termijn werd verworpen, evenals hun betoog dat de verlenging niet aan een termijn gebonden kon zijn.
Het College verklaarde de hoger beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het College verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt de beperkte verlenging van de frequentievergunningen.