ECLI:NL:CBB:2004:AP0239
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing extra pluimveerechten op grond van pachtvoorwaarden Meststoffenwet
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin werd beslist dat hij niet in aanmerking kwam voor extra pluimveerechten op grond van artikel 58k, eerste lid, onder d, van de Meststoffenwet. Dit besluit volgde op eerdere besluiten en bezwaarprocedures.
De kern van het geschil betrof de vraag of de grondvergroting van appellant, die plaatsvond via éénmalige pachtcontracten, kon worden meegeteld voor de toekenning van extra pluimveerechten. De wet vereist dat de vergroting van de landbouwgrond gebaseerd moet zijn op reguliere pachtcontracten van minimaal zes jaar, goedgekeurd door de grondkamer.
Het College oordeelde dat de door appellant gebruikte éénmalige pachtcontracten niet voldoen aan deze eis en dat een latere melding na de uiterste datum van 5 november 1998 niet in aanmerking kan worden genomen. De door appellant aangevoerde verlengingen van de pachtcontracten en eerdere indiening van formulieren konden hieraan niet afdoen.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om extra pluimveerechten af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van extra pluimveerechten bevestigd.