ECLI:NL:CBB:2004:AP1551
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Intrekking S&O-verklaringen wegens onvoldoende projectadministratie
Appellante, Nabucco B.V., maakte beroep tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die haar S&O-verklaringen introkken vanwege onvoldoende projectadministratie. De verklaringen betroffen speur- en ontwikkelingswerk voor de jaren 1997 tot en met 1999. Na bedrijfsbezoeken en inzage in de projectmappen concludeerde verweerder dat niet duidelijk was welke technisch inhoudelijke S&O-activiteiten appellante zelf had verricht.
Appellante stelde dat zij wel aan de administratieplicht had voldaan en dat het onderzoek van verweerder niet onafhankelijk was, mede omdat de Belastingdienst om het bedrijfsbezoek had verzocht. Tevens voerde zij aan dat de belangenafweging onjuist was en dat een volledige intrekking niet redelijk was.
Het College oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat de projectadministratie onvoldoende inzicht gaf in de door appellante verrichte S&O-werkzaamheden. Er was geen bewijs van vooringenomenheid of onzorgvuldigheid bij verweerder en appellante had geen voorbeelden kunnen geven die haar stelling ondersteunden. De intrekking was gegrond op artikel 24, zevende lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat een strikte handhaving van de administratieplicht noodzakelijk is om misbruik van de S&O-verklaring te voorkomen.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van de S&O-verklaringen werden ongegrond verklaard wegens onvoldoende projectadministratie.