ECLI:NL:CBB:2004:AP4489
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van heffing wegens niet-naleving exportverplichting C-suiker
Appellante, een suikerproducerende onderneming, kreeg een heffing opgelegd wegens het niet aantonen van tijdige uitvoer van C-suiker uit het verkoopseizoen 1992/1993. De heffing was gebaseerd op Verordening (EEG) nr. 2670/81, die exportverplichtingen en bewijsvoering regelt.
De procedure kende meerdere fasen, met aanvullingen van gronden, verweerschriften en zittingen. Het College heropende het onderzoek in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over een soortgelijke zaak (De Haan). De Europese Commissie verklaarde een verzoek tot kwijtschelding van de heffing niet-ontvankelijk.
Het College oordeelt dat de voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouwproducten bevoegd was het besluit te nemen, dat de bewijslast bij appellante lag en dat het ontbreken van bewijs rechtvaardigt dat de heffing werd opgelegd. Het beroep op overmacht faalt omdat niet is voldaan aan de strikte criteria. De heffing wordt niet als strafrechtelijke sanctie beschouwd maar als marktordenend middel. Het College stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de geldigheid van de verordeningen vanwege het ontbreken van een kwijtscheldingsmogelijkheid.
Uitkomst: Het College houdt verdere beslissing aan en stelt prejudiciële vragen over de geldigheid van de relevante EU-verordeningen.