ECLI:NL:CBB:2004:AQ5398
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering vergunning kansspelautomaten in horeca
Appellante heeft een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van twee kansspelautomaten in haar horecaonderneming. Deze vergunning werd geweigerd door verweerder, waarna appellante bezwaar maakte. Na advies van de Adviescommissie bezwaarschriften handhaafde verweerder de weigering.
Appellante stelde dat zij ondanks het verstreken tijdvak van de vergunning toch belang had bij een uitspraak, omdat dit relevant zou zijn voor toekomstige vergunningaanvragen. Verweerder betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vergunningperiode was verstreken en de kansspelautomaten al in de inrichting stonden.
Het College oordeelde dat het belang van appellante slechts gelegen is in de mogelijke uitstraling van het oordeel voor toekomstige aanvragen, wat volgens vaste jurisprudentie niet als een rechtens te honoreren belang geldt. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te honoreren belang.