ECLI:NL:CBB:2004:AQ5405
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen intrekking S&O-verklaringen wegens onvoldoende projectadministratie
Appellanten, drie vennootschappen, hadden S&O-verklaringen ontvangen voor een project gericht op de ontwikkeling van een betonboor- en zaagsysteem met onderdruk afzuiging. Na een bedrijfscontrole concludeerde verweerder dat de projectadministratie niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat niet duidelijk was welke werkzaamheden door appellanten zelf waren verricht. Verweerder trok daarop de S&O-verklaringen in.
Appellanten voerden aan dat de administratie wel degelijk inzicht gaf in de aard en inhoud van de verrichte werkzaamheden en dat de uitbestede werkzaamheden aan Rokatec BV als eigen werkzaamheden moesten worden beschouwd. Het College oordeelde echter dat de administratie onvoldoende duidelijkheid bood en dat uit de stukken bleek dat de daadwerkelijke ontwikkeling door Rokatec BV was uitgevoerd. Uitbesteding aan derden valt niet onder de eigen S&O-werkzaamheden waarvoor de verklaring is afgegeven.
Het College stelde vast dat verweerder terecht had geoordeeld dat de administratie niet voldeed aan artikel 25 van Pro de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen juncto artikel 2 van Pro de Uitvoeringsregeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de S&O-verklaringen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende projectadministratie.