ECLI:NL:CBB:2004:AQ6181
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering afgifte extra vergunningbewijzen taxivervoer wegens ontbreken duurzame beschikking voertuigen
Appellante, een taxivervoersbedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om het aantal vergunningbewijzen te beperken tot zesentwintig, terwijl zij aanspraak maakte op tweeëndertig vergunningbewijzen. De Minister had het bezwaar van appellante tegen de eerder verleende vergunningbewijzen ongegrond verklaard, omdat niet was aangetoond dat zij duurzaam de beschikking had over negen extra voertuigen.
Tijdens de procedure bleek dat vijfentwintig voertuigen op naam van een derde stonden, één voertuig op naam van appellante, en negen voertuigen op naam van natuurlijke personen zonder taxivergunning. Appellante voerde aan dat de voertuigen feitelijk beschikbaar waren en dat het capaciteitsbeleid was afgeschaft, waardoor zij aanspraak zou maken op meer vergunningbewijzen. Tevens stelde zij zich op het standpunt dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
Het College oordeelde dat duurzame beschikking betekent dat alleen de vergunninghouder met het voertuig taxivervoer verricht en de noodzakelijke zeggenschap heeft. Omdat de negen voertuigen eigendom waren van derden zonder vergunning en niet duurzaam ter beschikking stonden, was de weigering van de extra vergunningbewijzen terecht. Het beroep op détournement de pouvoir en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van negen extra vergunningbewijzen wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet duurzaam de beschikking heeft over de betreffende voertuigen.