ECLI:NL:CBB:2004:AQ6597
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep tegen niet-ontvankelijkheid tuchtklacht registeraccountant wegens termijnoverschrijding
Appellanten dienden een klacht in tegen een registeraccountant (betrokkene) over gedragingen die circa tien jaar eerder hadden plaatsgevonden. De raad van tucht verklaarde de klacht niet-ontvankelijk wegens het verstrijken van een redelijke termijn en het ontbreken van plausibele redenen voor het tijdsverloop.
Appellanten voerden aan dat zij niet adequaat konden reageren op het termijnargument en dat betrokkene niet was verschenen voor een getuigenverhoor. Het College oordeelde dat appellanten voldoende gelegenheid hadden gehad zich te verdedigen en dat het termijnargument terecht was gehanteerd.
Het College stelde dat het tuchtrecht een algemeen belang dient, maar dat het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat klachten over lang geleden gelegen gedragingen niet altijd inhoudelijk worden beoordeeld. De klacht betrof gedragingen van circa tien jaar geleden, wat in principe tot niet-ontvankelijkheid leidt.
Voor enkele latere waarnemingen van de belastingdienst achtte het College een inhoudelijke beoordeling nog wel mogelijk, maar kon niet worden vastgesteld dat betrokkene niet geïnformeerd was. Het beroep werd daarom verworpen en de beslissing van de raad van tucht bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt verworpen en de klacht blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.