ECLI:NL:CBB:2004:AQ9860
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.J.M. Heijs
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag premie wegens ontbreken zelfstandige bedrijfsvoering stierenhouderij
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor premie in het kader van de Regeling dierlijke EG-premies. Het bezwaar was gericht tegen het besluit van 14 april 2003 waarbij het bezwaar tegen de afwijzing van 25 maart 2002 ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant als zelfstandig producent kan worden aangemerkt. Appellant heeft een perceel grasland gepacht van zijn schoonmoeder en hokken gehuurd van zijn vader, inclusief voer en verzorging. Tevens werkt appellant voltijds in loondienst bij een agrarisch grondverzetbedrijf, waardoor zijn inzetbaarheid voor het stierenbedrijf beperkt is.
Het College constateert een grote verwevenheid tussen het bedrijf van appellant en dat van zijn vader, mede doordat de stieren via zijn vader zijn aangekocht en na de aanhoudperiode ook weer aan het bedrijf van zijn vader zijn geleverd. Bewijsstukken van appellant zijn administratief van aard en overtuigen niet van zelfstandige bedrijfsvoering.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan de definitie van zelfstandig producent zoals bedoeld in de Regeling. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant geen zelfstandig producent is binnen de Regeling.