ECLI:NL:CBB:2004:AR3079
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- C.M. Wolters
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag akkerbouwgrond wegens niet voldoen aan definitie akkerland
Appellante diende een subsidieaanvraag in voor akkerbouwgewassen op 17,94 hectare, waaronder percelen 8, 16 en 17. Verweerder stelde op basis van satellietbeelden vast dat deze percelen niet voldeden aan de definitie van akkerland in de referentieperiode 1987-1991, waardoor het recht op subsidie verviel wegens een te groot verschil tussen aangevraagde en geconstateerde oppervlakte.
Appellante voerde aan dat perceel 8 en de percelen 16 en 17 wel degelijk als akkerland waren gebruikt, onderbouwd met bouwplannen, facturen en een verklaring van de eigenaar van percelen 16 en 17. Verweerder oordeelde dat deze stukken onvoldoende specifiek en niet overtuigend waren om de conclusies uit de satellietbeelden te weerleggen.
Het College overwoog dat verweerder terecht gebruik mocht maken van de satellietbeelden, dat appellante voldoende gelegenheid had gekregen om zich te verweren en dat het bewijs van appellante niet voldeed om het standpunt van verweerder te ontkrachten. Ook de uitzondering voor ruilverkaveling werd niet van toepassing geacht omdat de feitelijke ingebruikname van perceel 8 voor 1991 plaatsvond.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de afwijzing van de subsidie bevestigd. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de percelen voldoen aan de definitie van akkerland.