ECLI:NL:CBB:2004:AR4574
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vermindering premierechten op grond van Regeling dierlijke EG-premies afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn premierechten voor zoogkoeien werden verminderd omdat hij in 2001 slechts 73,83% van zijn rechten had benut. De kern van het geschil betrof de vraag welk melkquotum als referentie geldt voor de berekening van de veebezettingsruimte: het quotum aan het einde van de heffingsperiode 2000/2001 of het begin van 2001/2002.
Het College stelt vast dat de regelgeving uitgaat van het melkquotum per 31 maart voorafgaand aan de heffingsperiode, conform Verordening (EG) nr. 2342/1999. De uitzonderingsbepaling in artikel 44 bis Pro is niet van toepassing op tijdelijke overdrachten zoals leasing, die in Nederland geregeld zijn in de Regeling superheffing 1993. Appellants argumenten over onduidelijkheid en onvoldoende informatievoorziening worden verworpen, omdat het primair de verantwoordelijkheid van appellant is zich te informeren.
Ook de klacht over de lange bezwaarprocedure leidt niet tot vernietiging van het besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vermindering van zijn premierechten wordt ongegrond verklaard.