ECLI:NL:CBB:2004:AR5346
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vergunning geweigerd voor kansspelautomaat in horecagelegenheid wegens laagdrempelig karakter
Appellante exploiteert een horecagelegenheid en verzocht om vergunning voor het aanwezig hebben van één kansspelautomaat. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de inrichting niet voldoet aan de criteria voor een hoogdrempelige inrichting zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen.
De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de horecagelegenheid als hoogdrempelig of laagdrempelig. Volgens de Wet moet een hoogdrempelige inrichting gericht zijn op het verstrekken van driecomponentenmaaltijden en mag er geen sprake zijn van andere zelfstandige activiteiten. De menukaart van appellante bevat vooral poffertjes en pannenkoeken, die als afzonderlijke gerechten worden aangemerkt, en slechts enkele driecomponentenmaaltijden.
Het College oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat appellantes inrichting primair gericht is op afzonderlijke gerechten en daarom laagdrempelig is. Appellante heeft nagelaten omzetgegevens te overleggen die tot een andere conclusie zouden leiden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat dit geen verplichting tot vergunningverlening inhoudt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning voor de kansspelautomaat wordt gehandhaafd.