ECLI:NL:CBB:2004:AR6913
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- C.J. Borman
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van melkequivalentberekening en superheffing in zuivelsector
Appellante, een maatschap actief in de zuivelsector, stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Zuivel betreffende de registratie van melkequivalenten voor de heffingsperiode 2002/2003. Het geschil betrof de wijze van berekening van melkequivalenten, met name de toepassing van factoren bij producten bereid uit melk waaraan vet is onttrokken en de consequenties daarvan voor de superheffing.
De Europese Verordeningen 3950/92 en 1392/2001 en de nationale Regeling superheffing 1993 vormen de juridische basis. Verweerder paste een methode toe waarbij bij vernietiging van melkvet een factor 1 werd gehanteerd, wat leidde tot een hogere heffingsgrondslag. Appellante betoogde dat deze methode strijdig was met Europese regelgeving en het vertrouwensbeginsel, en dat zij hierdoor onevenredig werd benadeeld.
Het College oordeelde dat de gehanteerde methode verenigbaar is met de Europese regelgeving, waarbij de hoeveelheid uitgangsmelk bepalend is voor de berekening van melkequivalenten. De wijziging was tijdig aangekondigd, en appellante kon geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan voortzetting van de oude praktijk. De belangenafweging tussen algemeen belang en individuele belangen was in evenwicht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de wijziging in de berekening van melkequivalenten en toepassing van superheffing wordt ongegrond verklaard.