ECLI:NL:CBB:2009:BH4408
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- F. Stuurop
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling melkequivalenties en superheffing bij rechtstreekse verkoop zuivelproducten
Appellante, een maatschap actief in de zuivelsector, maakte bezwaar tegen het besluit van het Productschap Zuivel over de berekening van melkequivalenties en de daarop gebaseerde superheffing voor de heffingsperiode 2004/2005. Zij betwistte dat de verweerder bij de omrekening van andere zuivelproducten dan room en boter een forfaitaire factor 1 hanteerde zonder rekening te houden met het vet- en drogestofgehalte, zoals volgens haar vereist door artikel 12 van Pro Verordening (EG) nr. 595/2004.
Het College stelde vast dat de Regeling superheffing en melkpremie 2004 en de Zuivelverordening uitvoering regeling superheffing 2004 de lidstaten ruimte bieden om equivalenties vast te stellen, waarbij voor kaas afwijkingen mogelijk zijn indien de producent dit kan aantonen. Voor andere zuivelproducten geldt een forfaitaire factor 1, met correctiemogelijkheden indien melkvet is onttrokken en apart verantwoord. Het College oordeelde dat hiermee voldaan wordt aan de verplichtingen uit de EU-verordening.
De verwijzingen van appellante naar considerans en andere artikelen die vetcorrecties voorschrijven, zagen op leveringen aan erkende kopers (fabrieksquotum) en niet op rechtstreekse verkoop (consumentenquotum). Het uitgangspunt bij rechtstreekse verkoop is de hoeveelheid uitgangsmelk. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de berekening van melkequivalenties en superheffing wordt ongegrond verklaard.