ECLI:NL:CBB:2004:AR8150
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. van der Ham
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering hogere schadevergoeding op grond van waardevaststelling dieren Gezondheidswet
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar tegen een schadevergoeding op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren werd afgewezen. De zaak betreft de waardevaststelling van dieren en besmette producten na gedwongen doding en vernietiging.
Na een eerste taxatie en een daaropvolgende hertaxatie door drie door de kantonrechter benoemde deskundigen, werd een tegemoetkoming vastgesteld. Appellante betwistte de waardevaststelling en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met specifieke omstandigheden zoals de TBC-vrije status en de kwaliteit van de dieren. Tevens stelde zij dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar situatie toe te lichten.
Het College oordeelde dat de waardevaststelling door de deskundigen als bindend geldt en dat de minister slechts in uitzonderlijke gevallen daarvan kan afwijken. Gezien de stukken en het onderzoek ter zitting was geen sprake van een ondeugdelijke of onvolledige waardevaststelling. De grieven van appellante werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot afwijzing van een hogere schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.