ECLI:NL:CBB:2001:AB2988
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling en tegemoetkoming bij gedode dieren wegens klassieke varkenspest
Appellant maakte bezwaar tegen de waardevaststelling van zijn varkensstapel en de toegekende tegemoetkoming na het doden van dieren wegens klassieke varkenspest. Na een eerste taxatie door twee deskundigen werd een procedure gestart op grond van artikel 88 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waarbij drie deskundigen door de kantonrechter werden benoemd voor een hertaxatie.
De drie deskundigen kwamen tot dezelfde waarde als de eerste taxatie, terwijl appellant een hogere waarde had laten berekenen door een contra-expertise van Coppens Meng Unie. Appellant stelde dat deze contra-expertise niet in de procedure was betrokken en dat de minister ten onrechte geen inhoudelijke motivering gaf voor het negeren van dit rapport.
Het College oordeelt dat de waardevaststelling door de drie deskundigen definitief is en dat de minister hieraan gebonden is, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen. Het verschil tussen de taxaties was niet zodanig dat afwijking gerechtvaardigd was. Ook is de minister niet verplicht om inhoudelijk op het rapport van derden in te gaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de waardevaststelling en de toegekende tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.