ECLI:NL:CBB:2004:AR8151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. van der Ham
- J.W.H. de Planque
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen schadevergoeding op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de aan haar toegekende schadevergoeding wegens gedode dieren en vernietigde producten op haar bedrijf, zoals vastgesteld door deskundigen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd).
Na een eerste taxatie en een daaropvolgende hertaxatie door drie door de kantonrechter benoemde deskundigen, heeft de Minister de waarde van de dieren en producten definitief vastgesteld. Appellante betoogde dat zij recht had op vergoeding van wettelijke rente wegens de late toekenning van de hogere schadeloosstelling en verwees naar het gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelt dat de Minister terecht is uitgegaan van de waardebepaling door de deskundigen, aangezien geen uitzonderlijke omstandigheden zijn gebleken die afwijking rechtvaardigen. Het beroep van appellante wordt daarom ongegrond verklaard en een vergoeding van rente wordt afgewezen.
Ook is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot afwijzing van haar bezwaar tegen de vastgestelde schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.