ECLI:NL:CBB:2004:AR8824
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
College bevestigt laagdrempelige kwalificatie horecagelegenheid voor kansspelautomatenvergunning
Appellant exploiteert een horecagelegenheid en heeft een vergunning aangevraagd voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester van Smallingerland weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt, mede vanwege de ligging in een winkelcentrum, de openingstijden en aanvullende activiteiten zoals lunch- en cateringservice.
Appellant betwistte deze kwalificatie en stelde dat zijn horecagelegenheid een hoogdrempelige inrichting is, onder meer omdat er driecomponentenmaaltijden worden geserveerd en eerdere jaren wel vergunningen zijn verleend. Het College oordeelde echter dat de menukaart vooral uit afzonderlijke gerechten bestond en dat de overige activiteiten niet zelfstandig van betekenis waren, waardoor de inrichting terecht als laagdrempelig werd aangemerkt.
Het College verwees naar de memorie van toelichting bij de Wet op de kansspelen, waarin wordt gesteld dat hoogdrempelige inrichtingen gericht zijn op het verstrekken van driecomponentenmaaltijden zonder andere zelfstandige activiteiten. De eerdere vergunningverlening vormt geen rechtsregel die een vergunning afdwingt.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering van de vergunning voor twee kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.