ECLI:NL:CBB:2005:AS5111
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening biotechnologisch onderzoek met genetisch gemodificeerde muizen door UMC Utrecht
Verzoekster, Vereniging AVS Proefdiervrij, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht een vergunning te verlenen voor biotechnologisch onderzoek met genetisch gemodificeerde muizen. De vergunning betreft het uitproberen van een nieuwe techniek voor het vervaardigen van genetisch gemodificeerde muizen met lentivirale deeltjes met siRNA's.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de vergunning betrekking heeft op een beperkt haalbaarheidsonderzoek en niet op het volledige aangevraagde vijfjarige onderzoek bij muizen en ratten. Het doel is om inzicht te krijgen in de rol van neuropeptidereceptoren bij eetstoornissen en het ontwikkelen van geneesmiddelen. De vergunning is beperkt in tijd en aantal dieren en bevat voorschriften voor evaluatie.
Verzoekster stelde dat de vergunning onvoldoende onderbouwd is, dat doelstellingen niet concreet zijn en dat het maatschappelijk belang onvoldoende is aangetoond. De voorzieningenrechter oordeelde dat de doelstellingen voldoende concreet zijn omschreven, het maatschappelijk belang zwaarwegend is en dat de vergunning passend is gezien het "nee, tenzij"-beginsel. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening aan UMC Utrecht wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.