ECLI:NL:CBB:2006:AY6701
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging vergunning biotechnologische handelingen bij dieren
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om een bestaande vergunning voor biotechnologische handelingen bij dieren te wijzigen. De wijziging betreft uitbreiding van de toegestane handelingen en het gebruik van ratten in plaats van muizen voor onderzoek naar eetstoornissen.
Het College heeft onderzocht of de wijziging binnen de wettelijke kaders valt, waarbij het uitgangspunt is dat de gewijzigde handelingen vergelijkbaar moeten zijn met de oorspronkelijke vergunning wat betreft ethische aspecten en gevolgen voor dierenwelzijn. Het College oordeelt dat de wijziging vergelijkbaar is, de onderzoeksdoelstelling niet wezenlijk is veranderd en ratten en muizen als diersoorten vergelijkbaar zijn.
Appellante stelde dat de wijziging onvoldoende is gemotiveerd, maar het College stelt vast dat verweerder heeft verwezen naar adviezen van de Commissie biotechnologie bij dieren die de vergunningverlening onderbouwen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de vergunning voor biotechnologische handelingen bij dieren wordt ongegrond verklaard.