ECLI:NL:CBB:2005:AS5145
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van tuchtklacht wegens onaanvaardbaar tijdsverloop tegen registeraccountant
Appellant diende een tuchtklacht in tegen een registeraccountant wegens het onterecht afgeven van goedkeurende verklaringen bij de jaarrekening en tussentijdse cijfers van een vennootschap. De klacht werd door de raad van tucht niet-ontvankelijk verklaard vanwege het lange tijdsverloop tussen de gedragingen en het indienen van de klacht.
Het College van Beroep bevestigde dat hoewel de Wet op de Registeraccountants geen termijn voor het indienen van klachten stelt, het rechtszekerheidsbeginsel en het verdedigingsbeginsel een redelijke termijn vereisen. De bewaartermijn van zeven jaar voor accountantsstukken is daarbij een belangrijk aanknopingspunt. De klacht was binnen deze termijn ingediend, maar het College oordeelde dat appellant onaanvaardbaar lang had gewacht met het indienen van de klacht, ondanks eerdere rapportages en waarschuwingen.
Het College overwoog dat het tijdsverloop het recht van de accountant op een behoorlijke verdediging schaadt en dat de klacht daarom niet inhoudelijk beoordeeld hoeft te worden. Het beroep van appellant werd verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd, waarbij werd benadrukt dat dit geen inhoudelijke afwijzing van de klacht betekent.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en de tuchtklacht wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege onaanvaardbaar tijdsverloop.