ECLI:NL:CBB:2004:AP5962
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- C.J. Borman
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring tuchtklacht wegens onaanvaardbaar tijdsverloop tegen registeraccountants
Appellant diende op 25 januari 2002 een klacht in bij de raad van tucht tegen vier registeraccountants over gedragingen uit 1996 en 1997. De raad van tucht verklaarde de klacht op 12 mei 2003 niet-ontvankelijk vanwege het lange tijdsverloop tussen de vermeende gedragingen en het indienen van de klacht.
Appellant ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, dat op 24 juni 2004 uitspraak deed. Het College overwoog dat hoewel de Wet op de Registeraccountants geen specifieke termijn voor het indienen van klachten kent, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel meebrengen dat klachten die ver in het verleden liggen niet altijd inhoudelijk beoordeeld hoeven te worden.
Het College analyseerde de feiten, waaronder de correspondentie uit 1997 waarin appellant zich al kritisch uitliet over de rapportages en het functioneren van de betrokken accountants. Het College concludeerde dat de accountants erop mochten vertrouwen dat appellant geen klacht zou indienen na het uitblijven van verdere actie.
Gezien het tijdsverloop van bijna vijf jaar na het einde van het dienstverband en het ontbreken van voldoende rechtvaardiging voor het late indienen van de klacht, was het niet aanvaardbaar de klacht inhoudelijk te beoordelen. Het beroep werd daarom verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en de klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onaanvaardbaar tijdsverloop.