ECLI:NL:CBB:2005:AT0965
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beslistermijn OPTA na vernietiging besluit
Verzoeksters hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die OPTA een termijn van drie maanden gaf om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Zij verzochten om een voorlopige voorziening waardoor deze termijn zou vervallen en OPTA binnen zes weken zou moeten beslissen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het financiële belang van verzoeksters onvoldoende spoedeisend is om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. Er is geen sprake van onherstelbare schade of bedreiging van de continuïteit van de ondernemingen. Tevens is niet aannemelijk dat verzoeksters het teveel betaalde niet kunnen terugvorderen.
Hoewel twijfel bestaat over de rechtmatigheid van de door de rechtbank gestelde termijn, is dit niet zodanig dat zonder nader onderzoek een voorlopige voorziening kan worden getroffen. De rechtbank heeft de verplichting tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar opgeschort bij het instellen van hoger beroep, hetgeen mogelijk in strijd is met de wetgeverbedoeling, maar dit vereist nader onderzoek.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er worden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.R. Winter op 8 maart 2005.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over de rechtmatigheid van de beslistermijn.