ECLI:NL:CBB:2005:AT1733
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning beroepsgoederenvervoer wegens niet voldoen aan kredietwaardigheidseis
Appellant had vergunningen voor beroepsgoederenvervoer die door verweerster op 28 oktober 2002 werden ingetrokken omdat appellant niet had aangetoond dat hij vóór 1 oktober 2002 voldeed aan de kredietwaardigheidseis zoals gesteld in de Wet goederenvervoer over de weg.
Appellant stelde bezwaar tegen het intrekkingsbesluit, maar dit werd op 18 september 2003 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Tijdens de zitting op 16 december 2004 was appellant niet aanwezig.
Het College oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de minimumeis van een kapitaal van €18.000, vereist voor ondernemers met één of twee vrachtauto's, omdat de door appellant overgelegde financiële gegevens niet voorzien waren van een accountantsverklaring zoals voorgeschreven in de Regeling kredietwaardigheid beroepsvervoer 2002. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant beschikte over voldoende risicodragend vermogen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de intrekking van zijn vergunningen wordt ongegrond verklaard wegens het niet aantonen van kredietwaardigheid.