ECLI:NL:CBB:2005:AT2617
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over compenserende heffing op invoer van rozijnen wegens niet-naleving minimumprijs
Appellante, handelend namens Dried Fruit Nederland B.V., maakte bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling (UTB) van de Belastingdienst inzake een compenserende landbouwheffing op invoer van rozijnen en krenten. De heffing was opgelegd omdat de opgegeven invoerprijzen onder de geldende minimumprijzen zouden liggen.
Na een controle door het Landelijk Waarde Team en een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD, ontstond twijfel over de juistheid van de opgegeven invoerwaarden. Verweerder stelde een UTB op basis van aannames die voor alle aangiften golden, omdat niet alle benodigde stukken waren verstrekt.
Appellante voerde aan dat zij bewijs had geleverd dat de prijzen boven de minimumprijs lagen, maar kon dit niet onderbouwen met betalingsbewijzen of grootboekgegevens. Het College oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de juistheid van de facturen en dat het opleggen van de heffing aan appellante als schuldenaar rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de compenserende heffing wordt ongegrond verklaard.