ECLI:NL:CBB:2008:BF0845
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- S.C. Stuldreher
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op volledige kwijtschelding compenserende heffing rozijnen wegens ontbreken bijzondere situatie
Appellante, handelend als douaneagent, stelde beroep in tegen het besluit van de Inspecteur van de Belastingdienst inzake de compenserende heffing op rozijnen en krenten. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een bijzondere situatie die volledige kwijtschelding van de douanerechten rechtvaardigde.
De feiten betroffen een periode van medio 1997 tot medio 1999, waarin appellante namens D aangiften ten invoer deed. Na onderzoek door het Landelijk Waarde Team en een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD werd geconcludeerd dat de opgegeven douanewaarde niet op de juiste factuur was gebaseerd. Verweerder kende een gedeeltelijke kwijtschelding toe, maar wees het bezwaar van appellante tegen het resterende bedrag af.
Appellante voerde aan dat zij mocht vertrouwen op de juistheid van de door D verstrekte gegevens en dat de douane jarenlang zonder bezwaar de aangiften had aanvaard, wat een bijzondere situatie vormde. Tevens stelde zij dat verweerder het verzoek om kwijtschelding had moeten voorleggen aan de Europese Commissie volgens de toen geldende regels.
Het College oordeelde dat verweerder niet verplicht was het verzoek aan de Commissie voor te leggen, gelet op de datum van het verzoek en de toepasselijke grensbedragen. Daarnaast was geen sprake van een bijzondere situatie zoals bedoeld in artikel 239 CDW Pro, omdat appellante geen concrete aanwijzingen gaf voor ernstige tekortkomingen van de douane en de fraude moeilijk te ontdekken was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke kwijtschelding bevestigd.