ECLI:NL:CBB:2005:AT3914
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing slachtpremie wegens ontbreken bedrijfsregister en niet-naleving EG-verordening
Appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw om zijn aanvraag voor slachtpremie over 2002 af te wijzen, omdat hij niet voldeed aan de verplichting een bedrijfsregister bij te houden conform Verordening (EG) nr. 1760/2000 en uitvoeringsregels. Tijdens een controle op 16 juli 2002 was vastgesteld dat appellant niet het voorgeschreven model-bedrijfsregister gebruikte, waardoor een overzichtelijke registratie per rund ontbrak.
De Minister wees het bezwaar af, stellende dat het ontbreken van het bedrijfsregister een ernstige inbreuk vormt op het controlesysteem en dat de aanvragen terecht werden afgewezen op grond van artikel 17, derde lid, van Verordening (EG) nr. 2419/2001. Appellant voerde onder meer overmacht en het vertrouwensbeginsel aan, maar het College verwierp deze verweren omdat overmacht niet tijdig was gemeld en het moment van controle bepalend is.
Het College oordeelde dat het ontbreken van het bedrijfsregister het geïntegreerde beheers- en controlesysteem ondermijnt en dat de afwijzing van de premieaanvragen niet in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de slachtpremie wegens het ontbreken van een bedrijfsregister wordt ongegrond verklaard.