ECLI:NL:CBB:2005:AT5957
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over tijdige aanmelding energie-investeringsaftrek voor elektriciteitsaansluiting windturbine
Appellanten, vennoten van een V.o.f., hadden een beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin hun verzoek om een energie-investeringsaftrek (EIA) voor een elektriciteitsaansluiting van een windturbine werd afgewezen wegens te late aanmelding.
De kern van het geschil betrof de vraag of de investeringsverplichting voor de elektriciteitsaansluiting op 1 oktober 2002 was aangegaan, waarmee de termijn van drie maanden voor aanmelding begon te lopen. Uit getuigenverklaringen en stukken bleek dat op die datum een bindende opdracht was verstrekt, zodat de aanmelding op 9 oktober 2003 te laat was.
Appellanten voerden aan dat er sprake was van een intentieverklaring en dat de aansluiting samen met de windturbine als één investering moest worden gezien. Het College oordeelde dat de elektriciteitsaansluiting een afzonderlijk bedrijfsmiddel is waarvoor een eigen tijdige aanmelding vereist is.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard wegens te late aanmelding van de energie-investeringsaftrek voor de elektriciteitsaansluiting.