ECLI:NL:CBB:2005:AT6074
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtmaatregel schriftelijke berisping voor registeraccountant wegens onjuiste rapportage en schending beroepsregels
De zaak betreft een beroep van een registeraccountant tegen een tuchtmaatregel opgelegd door de raad van tucht, die hem een schriftelijke berisping gaf wegens het onjuist en onvolledig rapporteren van bevindingen in een onderzoek naar mogelijke verschuivingen in jaarrekeningen van een failliete vennootschap.
De accountant voerde meerdere middelen aan, waaronder onjuiste feitenvaststelling, het niet horen van betrokkenen vóór rapportage, en het geven van een oordeel over het werk van een collega-accountant zonder hem in de gelegenheid te stellen te reageren. Het College oordeelde dat de raad van tucht terecht had vastgesteld dat de accountant onvoldoende zorg had gedragen voor een deugdelijke grondslag van zijn mededelingen, mede omdat hij klager niet had gehoord en onjuiste data had gerapporteerd.
Daarnaast was het geven van een oordeel over een collega zonder voorafgaand overleg een schending van artikel 33 GBR Pro-1994. De opgelegde maatregel van schriftelijke berisping werd passend geacht gezien de ernst en de omstandigheden van de zaak. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de registeraccountant tegen de schriftelijke berisping wordt verworpen.