ECLI:NL:CBB:2005:AT8543
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- R.R. Winter
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen weigering AFM op te treden tegen voorgenomen tenderbod Bergson op aandelen Hunter Douglas
Franklin Templeton Investment Funds en andere minderheidsaandeelhouders van Hunter Douglas stelden beroep in tegen de AFM vanwege diens weigering op te treden tegen het voorgenomen tenderbod van Bergson, opgericht door grootaandeelhouder Sonnenberg. Het tenderbod betrof 10,5 miljoen gewone aandelen, voorafgegaan door een uitgifte van cumulatief preferente aandelen die het belang van Sonnenberg in het geplaatste kapitaal tijdelijk zou verlagen tot onder 30%.
Appellanten betoogden dat deze constructie de regels van het Besluit toezicht effectenverkeer (Bte) omzeilt en de positie van minderheidsaandeelhouders schaadt, onder meer door het creëren van onzekerheid over de reële prijs, verminderde liquiditeit en het ontbreken van een overnamepremie. De AFM stelde dat het tenderbod en de uitgifte van preferente aandelen niet in strijd zijn met de wet- en regelgeving, en dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Het College oordeelde dat de brief van AFM van 13 juni 2005 wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht bevatte en dat het beroep ontvankelijk was. Het College stelde vast dat artikel 9l Bte duidelijk voorschrijft dat het percentage van het geplaatste kapitaal bepalend is, ongeacht zeggenschap of aandeelhoudersstructuur. De uitgifte van cumulatief preferente aandelen en het tenderbod zijn niet in strijd met deze bepaling. Bezwaren van appellanten zijn inherent aan een tenderbod en kunnen niet als uitzonderlijke omstandigheden gelden.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College benadrukte dat het niet bevoegd is om de duidelijke wettelijke voorschriften aan te passen om tegemoet te komen aan bezwaren van appellanten. Ook wees het verzoek van AFM tot proceskostenveroordeling af wegens het ontbreken van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van AFM om maatregelen te treffen tegen het voorgenomen tenderbod van Bergson is ongegrond verklaard.