ECLI:NL:CBB:2005:AT8897
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. Fierstra
- L. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens ontbreken permanent en daadwerkelijk leidinggeven vakbekwame procuratiehouder
Appellant, handelend onder de naam Taxi B, kreeg op 26 oktober 2001 een vergunning voor taxivervoer toegekend, gebaseerd op de vakbekwaamheid van een procuratiehouder, C. Deze vakbekwaamheid moest zich uiten in permanent en daadwerkelijk leidinggeven aan de onderneming. Verweerder stelde in 2003 vast dat de feitelijke werkzaamheden van C zich beperkten tot toezicht op administratie en advies, zonder inhoudelijke betrokkenheid bij wezenlijke bedrijfsbeslissingen.
Naar aanleiding hiervan werd de vergunning ingetrokken omdat niet langer werd voldaan aan de eis van vakbekwaamheid. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij mocht vertrouwen op het gebruik van de vergunning tot januari 2005. Het College oordeelde dat de vergunning voor onbepaalde tijd werd verleend en dat het vertrouwen op een vaste termijn onjuist was.
Het College bevestigde dat verweerder bevoegd is om na vergunningverlening te toetsen of de feitelijke situatie overeenkomt met de aanvankelijke aanvraag. Gezien de feitelijke situatie en het ontbreken van bewijs dat C permanent en daadwerkelijk leiding gaf, was de intrekking terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard.