ECLI:NL:CBB:2005:AT8899
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van formele rechtskracht en schadevergoeding bij maatregelen tegen ringrotbesmetting aardappelen
Appellant stelde schadevergoeding te vorderen wegens onrechtmatige maatregelen die waren opgelegd naar aanleiding van een vermeende besmetting van zijn aardappelpartijen met de bacterie die ringrot veroorzaakt. De maatregelen waren gebaseerd op besluiten van de Plantenziektenkundige Dienst (PD) die later deels werden ingetrokken nadat was vastgesteld dat de besmette partij niet van appellant afkomstig was.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 9 november 2001, maar dit bezwaar op 19 februari 2002 ingetrokken. Verweerder stelde dat hierdoor het besluit rechtens onaantastbaar was geworden en dat de schadevergoedingsvordering daarom niet kon slagen. Appellant voerde aan dat hij de intrekking onvoorwaardelijk had gedaan onder invloed van onjuiste mededelingen van de PD en dat het besluit achteraf onrechtmatig was.
Het College oordeelde dat het bezwaar onvoorwaardelijk was ingetrokken zonder wilsgebreken en dat het besluit daardoor formele rechtskracht heeft gekregen. Het feit dat later bleek dat de besmette partij niet van appellant afkomstig was, doet hieraan niet af. Het beroep tegen de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard.
Het College wees tevens op het onderscheid tussen formele rechtskracht en de mogelijkheid van nadeelcompensatie, waarbij verweerder had aangegeven dat een afzonderlijk verzoek op grond van de Plantenziektenwet zou worden behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege de formele rechtskracht van het besluit.