ECLI:NL:CBB:2005:AT8924
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bindende aanwijzingen en richtlijnen gastransport Essent
In deze bestuursrechtelijke zaak stonden bindende aanwijzingen van de directeur DTe aan Essent ter discussie, opgelegd op grond van de Gaswet en de Richtlijnen Gastransport 2002. Appellanten, Productschap Tuinbouw en Land- en Tuinbouworganisatie Nederland, voerden onder meer aan dat de directeur onterecht niet strengere eisen stelde aan de indicatieve tarieven en aansprakelijkheidsbeperkingen van Essent.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Richtlijnen als algemeen verbindende voorschriften moesten worden opgevat en of de directeur verplicht was bindende aanwijzingen op te leggen die verder gingen dan de gegeven aanwijzingen. Het College oordeelde dat de Richtlijnen geen algemeen verbindende voorschriften zijn en dat de directeur discretionaire bevoegdheid heeft bij het opleggen van bindende aanwijzingen, waarbij belangenafweging vereist is.
Verder werd geoordeeld dat de directeur terecht heeft vastgesteld dat de aansprakelijkheidsbeperkingen die Essent hanteert niet onredelijk zijn, mede gezien de sectorpraktijk en verzekerbaarheid. Ook is de beleidsvrijheid van de directeur erkend bij het niet afdwingen van strikt kostengeoriënteerde tarieven. Ten slotte oordeelde het College dat de bezwaren van appellanten onvoldoende gemotiveerd waren en dat de procedurele handelingen van de directeur niet onzorgvuldig waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de bindende aanwijzingen en het beleid van de directeur DTe zijn bevestigd. Aansprakelijkheidskwesties worden primair aan de civiele rechter overgelaten.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de bindende aanwijzingen aan Essent bevestigd.