ECLI:NL:CBB:2005:AT8952
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtbeslissing over foutieve WBSO-aanvragen door registeraccountant
De zaak betreft een beroep van een registeraccountant (appellant) tegen een tuchtbeslissing van de raad van tucht die hem een schriftelijke berisping oplegde wegens foutieve aanvragen tot afdrachtvermindering loonbelasting (WBSO) over de periode 1997-2001.
De klacht was ingediend door C B.V. (klaagster) die stelde dat appellant verantwoordelijk was voor het opnemen van salariskosten van haar directeur E in de WBSO-aanvragen, wat onjuist was. De raad van tucht oordeelde dat appellant onvoldoende toezicht hield op de organisatie en kwaliteitsbewaking op zijn kantoor.
Het College van Beroep stelde vast dat de gewraakte accountantsverklaringen niet door appellant, maar door zijn medewerkers H AA en I AA waren ondertekend en dat appellant onvoldoende betrokken was bij de opstelling van de foutieve aanvragen. Ook was niet komen vast te staan dat appellant hierover had geadviseerd. Hierdoor kon appellant niet tuchtrechtelijk worden aangesproken.
Het College vernietigde de bestreden tuchtbeslissing en verklaarde de klacht ongegrond. De uitspraak benadrukt dat de medewerkers zelfstandig verantwoordelijk zijn en dat er geen lacune in de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van appellant als vestigingsleider bestond.
Uitkomst: De klacht tegen appellant wordt ongegrond verklaard en de bestreden tuchtbeslissing vernietigd.