ECLI:NL:CBB:2005:AT9310
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vergoeding schadevergoeding op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar tegen een schadevergoeding op grond van artikel 86 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren werd afgewezen.
De zaak betreft de waardevaststelling en vergoeding van dieren en eieren die preventief zijn geruimd vanwege gezondheidsmaatregelen. De taxatie van de dieren en eieren vond plaats na een screening, waarbij discussie ontstond over de waardering van eieren die na de taxatie zijn gelegd, de vergoeding van verpakkingsmateriaal en de toepassing van BTW.
Het College oordeelt dat de Minister ten onrechte BTW in mindering bracht op de vergoeding voor eieren en onvoldoende motivering gaf voor het niet vergoeden van BTW op andere posten. Ook is onvoldoende onderzoek gedaan naar de vergoeding van verpakkingsmateriaal. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt het griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de Minister moet opnieuw beslissen en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.