ECLI:NL:CBB:2005:AT9311
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsgeval 1 bij pluimveerechten en onomkeerbare investeringsverplichtingen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat zij niet in aanmerking komt voor toepassing van hardheidsgeval 1 van artikel 58k, eerste lid, aanhef en onder a, van de Meststoffenwet. Dit hardheidsgeval ziet op pluimveehouders die tussen 1 januari 1994 en 5 november 1998 onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan met het oog op uitbreiding van hun bedrijf.
Appellante stelde dat zij een bouwvergunning had verkregen in 1988, die nog rechtsgeldig was in de relevante periode, en dat zij in 1998 een milieuvergunning had aangevraagd. Volgens haar moest dit voldoen aan de criteria voor het hardheidsgeval, ook al was de bouwvergunning niet in de referentieperiode aangevraagd.
Het College oordeelt dat de wetgever duidelijk heeft gekozen voor harde toetsingscriteria waarbij zowel een milieu- als een bouwvergunning in de referentieperiode aangevraagd moeten zijn. Een eerder verleende bouwvergunning buiten deze periode voldoet niet aan deze criteria. De situatie van appellante was voorzien en niet bedoeld voor toepassing van het hardheidsgeval. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit dat zij niet in aanmerking komt voor hardheidsgeval 1 blijft gehandhaafd.