ECLI:NL:CBB:2005:AT9313
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan eis van vakbekwaamheid
Appellant, handelend onder de naam Taxi B, kreeg in 2001 een vergunning voor taxivervoer op basis van de vakbekwaamheid ingebracht door procuratiehouder C. Verweerder stelde echter vast dat C niet langer permanent en daadwerkelijk leiding gaf, wat een vereiste is volgens de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Na onderzoek en het niet tijdig retourneren van een onderzoeksformulier, trok verweerder de vergunning in per 10 februari 2004. Appellant maakte bezwaar en werd in de gelegenheid gesteld te worden gehoord, maar verscheen niet. Verweerder handhaafde het besluit tot intrekking.
Het College oordeelt dat verweerder bevoegd is om na vergunningverlening te toetsen of aan de vakbekwaamheidseis wordt voldaan en dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen had dat de vergunning niet zou worden ingetrokken. De werkzaamheden van C bleken beperkt tot toezicht op rittenstaten en niet aan de vereiste inhoudelijke en permanente leidinggevende taken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van appellant door uitstel te verlenen, en financiële nadelen zijn voor risico van appellant. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.