ECLI:NL:CBB:2005:AU1362
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.C. Cusell
- F. Stuurop
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door onrechtmatige doding van rund wegens onterechte BSE-verdachtverklaring
Appellant werd geconfronteerd met de verdenking dat een van zijn runderen besmet was met BSE, waarna het dier werd gedood. Verweerder erkende later dat de verdenking onterecht was en kende een tegemoetkoming toe voor de waarde van het dier. Appellant vorderde daarnaast vergoeding van aanvullende schadeposten, waaronder melkopbrengstderving en kosten van deskundigen.
Verweerder weigerde deze aanvullende schadevergoeding, stellende dat de waardevaststelling definitief was en dat de schade reeds was vergoed. Het College oordeelde echter dat de aanvullende schade niet onder artikel 86 Gwd Pro valt en dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door het dier onterecht te doden.
Het College verwierp de stelling van verweerder dat appellant zonder schade bleef door snel een vervangend dier aan te schaffen, gelet op de beperkte termijn en specifieke bedrijfsvoering van appellant. Het rapport van DLV werd als voldoende onderbouwing van de schade aanvaard.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot betaling van €1.987 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 februari 2003, alsmede proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant krijgt een schadevergoeding van €1.987 plus wettelijke rente en proceskosten toegekend.