ECLI:NL:CBB:2005:AU1630
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit tegemoetkoming schade op grond van Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante, een maatschap, maakte bezwaar tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een tegemoetkoming in schade werd vastgesteld voor preventief geruimde dieren en besmette producten op haar bedrijf. De waardevaststelling van de dieren vond plaats op de screeningsdatum, waarna de dieren twee dagen later werden geruimd.
De Minister kende een dagvergoeding toe voor de verzorgingskosten over deze periode en paste het BTW-tarief aan voor entstoffen. Appellante voerde aan dat de waarde van de dieren op de daadwerkelijke ruimingsdatum moest worden vastgesteld, omdat de dagvergoeding lager was dan de waardestijging volgens de waardetabel.
Het College oordeelde dat de waardevaststelling op de screeningsdatum redelijk was, omdat vanaf dat moment de handelswaarde vervalt en het risico van uitval voor rekening van de Minister komt. De toegekende dagvergoeding compenseerde de verzorgingskosten, waardoor appellante financieel niet werd benadeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot tegemoetkoming in schade voor preventief geruimde dieren is ongegrond verklaard.