ECLI:NL:CBB:2005:AU1701
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en sancties EG-steun akkerbouwgewassen wegens niet-steunwaardige percelen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw om de toegekende akkerbouwsteun over 2000 en 2001 terug te vorderen en de aanvragen deels te weigeren vanwege een te groot verschil tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakten. Dit verschil werd vastgesteld door teledetectieonderzoek van GeoRas, waaruit bleek dat diverse percelen niet voldeden aan de definitie van akkerland volgens Europese regelgeving.
De Minister stelde dat hij verplicht was de onterecht betaalde bedragen terug te vorderen en dat er geen sprake was van overmacht of een fout van de bevoegde instantie. Appellant voerde aan dat hij te goeder trouw handelde, de percelen had gehuurd van derden die ook subsidie ontvingen, en dat de Minister te laat had gehandeld, waardoor onrechtvaardige sancties over meerdere jaren werden opgelegd.
Het College oordeelde dat het beroep ongegrond is. De terugvordering en sancties zijn gebaseerd op bindende Europese verordeningen die voorschrijven dat steun ongedaan moet worden gemaakt als blijkt dat de voorwaarden niet zijn nageleefd. De eerdere toekenning van steun impliceert geen erkenning dat alle voorwaarden waren vervuld. De verantwoordelijkheid voor correcte aanvraaggegevens ligt bij de aanvrager. Overmacht of erkenning van fouten door de bevoegde instantie was niet aannemelijk gemaakt.
Het College bevestigde dat voor elk jaar waarin een overtreding plaatsvond afzonderlijk sancties kunnen worden opgelegd en dat het evenredigheidsbeginsel hierdoor niet wordt geschonden. Het beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onterecht betaalde akkerbouwsteun bevestigd.