ECLI:NL:CBB:2005:AU1963
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking S&O-verklaring wegens onvoldoende projectadministratie
Appellante, een ingenieursbureau, kreeg een S&O-verklaring voor het project 'Kleinschalige Mestverwerking'. Tijdens een controle bleek dat er geen duidelijke projectadministratie aanwezig was waaruit de aard, inhoud en voortgang van de S&O-activiteiten konden worden afgeleid. Verweerder trok daarop de verklaring in. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de administratie wel degelijk op orde was en dat de werkzaamheden door een medewerker waren vastgelegd.
Het College oordeelt dat de gezamenlijke projectadministratie niet op eenvoudige en duidelijke wijze inzicht geeft in de zelfstandige S&O-activiteiten van appellante. De aanvullende stukken die appellante later overlegde konden niet worden meegenomen omdat deze niet tijdig waren ingediend. Het beroep op eerdere verstrekte verklaringen en rapporten van andere partijen overtuigde het College niet.
Het College concludeert dat verweerder terecht de S&O-verklaring heeft ingetrokken vanwege het niet voldoen aan de administratieverplichting zoals voorgeschreven in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen en de Uitvoeringsregeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de S&O-verklaring wordt ongegrond verklaard.