3. Het bestreden besluit en het nadere standpunt van verweerder
Bij het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de werkzaamheden die in het kader van het "Project 2003.1, Toilet- en badkamerset van technisch nieuwe hoogwaardige rvs bouwproducten" worden verricht en waarvoor de aanvraag is ingediend, niet kunnen worden aangemerkt als S&O in de zin van de wet.
Ten aanzien van de handdoekhouder is overwogen dat appellante in haar ontwerp het technische knelpunt, te weten het doorbuigen van de houder door de aanwezigheid van diverse tussenringen, heeft voorkomen door het gebruik van twee over elkaar hangende modellen in de vorm van een winkelhaak en het toepassen van twee wandbevestigings-schroeven. Dit knelpunt kan met standaardtechnieken en –berekeningen worden opgelost. Er is geen sprake van ontwikkeling van een technisch nieuw fysiek product. Veeleer is sprake van een kleine technische wijziging van het product door het toepassen van een andere verbindingstechniek. Deze aanpassing van de samenstelling van het product leidt niet tot een nieuw werkingsprincipe van het product. Voor werkzaamheden met betrekking tot het opstellen en aanpassen van recepturen en de samenstelling van een product zonder dat sprake is van een technisch nieuw werkingsprincipe van het desbetreffende product geldt dat het niet tot speur- en ontwikkelingswerk wordt gerekend.
Voor de ophanghaak is een speciale schroef ontwikkeld die ervoor zorgt dat de haak altijd in één keer, in de correcte positie aan de wand wordt bevestigd. Hiermee is geen sprake van ontwikkeling van een technisch nieuw fysiek product, maar van een kleine technische wijziging van het product door het toepassen van een andere verbindingstechniek.
De houder van de zeepdispenser moet vanwege de grote belasting door een steviger wandbevestiging worden ondersteund. Voor opvangen van deze belasting zijn twee extra profielen in de vorm van een winkelhaak aangebracht, die de kantelmomenten van de schroefbevestiging bij belasting op de wand overbrengen. Ook deze aanpassing van de samenstelling van het product leidt niet tot een nieuw werkingsprincipe van het product.
Ten slotte is ook bij de toiletborstel met verschuifbare afdekkap geen sprake van ontwikkeling van een technisch nieuw fysiek product. Om de kap eenvoudig langs de stang te kunnen verplaatsen heeft appellant een rubber ring ontworpen die stang en kap verbindt. Niet is gebleken van technische knelpunten die dienden te worden opgelost, alvorens het productiemodel op de markt te kunnen brengen.
In het verweerschrift heeft verweerder ten aanzien van de badkamerset aangegeven dat het een viertal producten aan één stang betreft. De stang geeft het probleem van doorbuigen. Tijdens de hoorzitting is een proefmodel getoond, dat bestond uit een verticale buis waaraan diverse elementen waren bevestigd en waar tussenringen een afstand tussen de elementen creëerde. Voor het probleem heeft appellante nog geen oplossing gevonden. Niet duidelijk is geworden welke S&O-werkzaamheden zij zal gaan verrichten.
Ter zitting heeft verweerder aan het vorenstaande toegevoegd dat appellante lijkt aan te geven dat slechts sprake hoeft te zijn van een nieuw product ongeacht of knelpunten moeten worden opgelost. Het toepassen van een nieuw scharnier zou al voldoende zijn voor de ontwikkeling van een technisch nieuw product.
Hiermee is in de zin van de wet echter slechts voldaan aan het element nieuw. Ook moet sprake zijn van een voor het bedrijf technisch nieuw product. De ontwikkeling van een nieuw product kan als voor het bedrijf technisch nieuw worden gezien indien voor het bedrijf een ontwikkelingsrisico aanwezig is. Het moet op voorhand voor het bedrijf onduidelijk zijn of de ontwikkeling van een product zal slagen. Het bedrijf kan dit aannemelijk maken door aan te geven dat er technische knelpunten zijn bij de ontwikkeling van het product, waarbij aan oplossingsrichtingen wordt gedacht. Daarbij is van belang dat het gaat om knelpunten waar het bedrijf niet eerder voor is komen te staan.
Desgevraagd heeft verweerder ter zitting erkend dat de verwijzing naar artikel 1, onder r, van de Afbakeningsregeling niet gelukkig is gekozen. Dat had artikel 1, onder q, van deze regeling behoren te zijn. Verweerder heeft er evenwel op gewezen dat in de toelichting op de Afbakeningsregeling de letters q en r tezamen worden toegelicht.