ECLI:NL:CBB:2005:AU2818
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking S&O-verklaringen wegens niet tijdig bijhouden administratie over 1999 en 2000
Appellanten, drie vennootschappen uit Uitgeest, kregen S&O-verklaringen toegekend voor de jaren 1999 en 2000. Verweerder trok deze verklaringen in omdat niet voldaan was aan de administratieve verplichtingen uit de Uitvoeringsregeling, die voorschrijft dat binnen twee maanden na afloop van elk kalenderkwartaal een duidelijke project- en urenadministratie moet worden bijgehouden.
Appellanten voerden aan dat het onverwachte vertrek van een directeur en een chaotische situatie door faillissementen de tijdige administratie onmogelijk maakten. Verweerder stelde dat deze omstandigheden zich pas eind 2001 voordeden en dus niet relevant waren voor de jaren 1999 en 2000.
Het College oordeelde dat appellanten niet hadden voldaan aan de administratieplicht en dat verweerder terecht gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid tot intrekking. De chaotische situatie was niet relevant voor de jaren waarop de verklaringen betrekking hadden. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van de S&O-verklaringen wegens het niet tijdig bijhouden van de administratie over 1999 en 2000 zijn ongegrond verklaard.