ECLI:NL:CBB:2005:AU6065
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering EG-akkerbouwsubsidie wegens niet-premiewaardig perceel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarin subsidies over de jaren 2000, 2001 en 2002 zijn herzien en teruggevorderd wegens het onterecht opgeven van een perceel dat niet voldoet aan de definitie van akkerland. De controlemethoden betroffen onder meer teledetectie door GeoRas, die aangaf dat het perceel in de referentieperiode als blijvend grasland was gebruikt.
De Minister heeft de bezwaren ongegrond verklaard omdat de terugvordering voortvloeit uit Europese regelgeving die terugvordering verplicht stelt, tenzij sprake is van een fout van de bevoegde instantie die redelijkerwijs niet door appellant kon worden ontdekt. Dit was niet het geval. Appellant kon geen overtuigend bewijs leveren dat het perceel premiewaardig was, ondanks het feit dat eerdere subsidies waren toegekend.
Het College oordeelt dat teledetectie als controle ter plaatse geldt en dat het aan de aanvrager is om aannemelijk te maken dat een perceel aan de voorwaarden voldoet. Het beroep op formele rechtskracht van eerdere besluiten faalt omdat de terugvordering een rechtstreeks uit Europese regelgeving voortvloeiende verplichting betreft. De sancties zijn proportioneel en terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van akkerbouwsubsidies wegens niet-premiewaardig perceel wordt ongegrond verklaard.